Digitale services English

De nieuwe kleineondernemingsregeling (KOR) vanaf 1 januari 2020 (update: juni 2019)

05-06-2019
De nieuwe kleineondernemingsregeling (KOR) vanaf 1 januari 2020 (update: juni 2019)
De nieuwe kleineondernemingsregeling (KOR) vanaf 1 januari 2020 (update: juni 2019)
Met de Wet modernisering kleineondernemingsregeling wordt de kleineondernemingsregeling (ook bekend als de KOR) gewijzigd. De nieuwe wetswijziging gaat in per 1 januari 2020 en zal gaan gelden voor ondernemers in privé en rechtspersonen zoals B.V.’s en N.V.’s.

De oude regeling
Volgens de oude wetgeving kan een in Nederland gevestigd natuurlijk persoon een belastingvermindering krijgen wanneer de te betalen belasting niet hoger is dan € 1.883 euro.
Dit gold niet voor rechtspersonen.

De nieuwe regeling
Op grond van de nieuwe wetgeving krijgt een in Nederland gevestigd ondernemer de mogelijkheid om een beroep te doen op de KOR voor een vrijstelling van omzetbelasting. Hieraan wordt wel de eis gesteld dat de in Nederland behaalde omzet in een kalenderjaar niet meer mag bedragen dan € 20.000 euro.
Door het toepassen van de nieuwe KOR is een ondernemer vrijgesteld van de btw en daarmee vervalt de factureringsverplichting. Tegelijkertijd kan een ondernemer dan geen betaalde btw meer verrekenen. Nadat de ondernemer kiest om gebruik te maken van deze vrijgestelde status kan dat drie jaar niet gewijzigd worden. De kleine ondernemer in de vorm van een natuurlijk persoon behoudt de verplichting om jaarlijks een btw-aangifte in te dienen. Kleine ondernemers met een B.V. of N.V. blijven met de nieuwe KOR verplicht om per kwartaal een aangifte in te dienen. Het is dus alsnog van belang om een (beperkte) btw-administratie te voeren.

Vrijgestelde verhuur
Verhuurders die ervoor kiezen om van de KOR gebruik te maken kunnen niet meer kiezen voor de met btw belaste verhuur. Dit houdt in dat verhuurders die kiezen voor de vrijstelling geen btw meer kunnen aftrekken.

Omzetgrens van € 20.000
In het geval dat de omzetgrens van € 20.000 euro gedurende het kalenderjaar wordt overschreden wordt niet meer voldaan aan de voorwaarden. Ook de omzet waarop de BTW wordt verlegd telt mee evenals omzet over transacties naar het buitenland waarop het 0% tarief van toepassing is. Alle leveringen en diensten na de omzetoverschrijding, waaronder de transactie die de omzetgrens overschrijdt, vallen niet meer onder de vrijstelling. De belastingplichtige is dan zelf verplicht om de inspecteur te verzoeken om een uitnodiging tot het doen van btw-aangifte. Na het overschrijden van de omzetgrens kan pas na 3 jaar weer gekozen worden voor de vrijstelling.

Van belast naar vrijstelling
Bij een sfeerovergang van belast naar een vrijstelling kan het mogelijk zijn dat een herziening plaatsvindt voor de eerder afgetrokken voorbelasting op investeringsgoederen. Dit kunnen onroerende zaken zijn, maar ook bepaalde roerende zaken zoals zonnepanelen of computers. Om kleine ondernemers tegemoet te komen is gekozen voor een ondergrens van € 500 euro waarbij geen herziening plaatsvindt.
 
Internationaal
De omzetgrens van € 20.000 geldt ook voor intracommunautaire goederenverwerving vanuit Nederland. Daarnaast bent u nog steeds verplicht BTW aangifte te doen in Nederland wanneer de BTW naar u wordt verlegd doordat een leverancier buiten Nederland is gevestigd. Echter zijn intracommunautaire goederenverwervingen belast in Nederland als deze in het lopende of vorige kalenderjaar meer bedragen dan € 10.000. Blijft u onder de grens van € 10.000 bij de aankoop van goederen in andere lidstaten bent u buitenlandse BTW in de andere lidstaten verschuldigd en heeft u in Nederland geen BTW verplichtingen.
 
Herzieningstermijn
De aftrek op roerende en onroerende zaken is niet definitief op het moment dat de investering wordt gedaan. Bij investeringen in roerende zaken geldt een herzieningsperiode van 4 jaar en bij onroerende zaken 9 jaar na het jaar van eerste ingebruikname waarbij jaarlijks moet worden gecontroleerd of er nog recht bestaat op vooraftrek. Het gebruikmaken van de nieuwe KOR regeling kan een ongewenst effect hebben wanneer sprake is van een lopende herzieningstermijn. Mogelijk moet u door de nieuwe KOR eerder afgetrokken BTW weer afdragen. Voor de herzieningsregeling geldt een minimum bedrag van € 500. Wanneer u onder deze grens blijft hoeft u geen BTW te herzien.

Doorgeeftermijn
De ondernemer die verwacht gedurende het jaar 2020 de omzetgrens van € 20.000 euro niet zal overschrijden kan de vrijstelling toepassen vanaf 1 januari 2020. De ondernemer die kiest om de btw-vrijstelling toe te passen moet 4 weken van te voren zijn keus doorgeven aan de belastingdienst. Om voor het eerste kwartaal 2020 gebruik te kunnen maken van de vrijstelling is de uiterste aanvraagdatum eenmalig vervroegd naar 20 november 2019. Het aanmelden voor het toepassen van de nieuwe KOR kan al vanaf 1 juni 2019. Wanneer het doorgeven te laat geschiet kan de vrijstelling pas het eerst volgende aangiftetijdvak worden toegepast. Het toepassen van een vrijstelling met terugwerkende kracht is niet mogelijk.
 
Gebruik maken van de nieuwe KOR regeling kan ook nadelig zijn. U koopt goederen in waarbij u de BTW niet in aftrek kan brengen. De BTW werkt daardoor kostprijs verhogend. Daar tegenover staat dat u geen BTW hoeft te berekenen over uw prijzen en een lagere administratieve last krijgt. Wanneer u levert aan consumenten kan het niet in rekening brengen van BTW een concurrentie voordeel opleveren. Levert u daarentegen aan bedrijven die de BTW in aftrek kunnen brengen werkt de nieuwe KOR regeling mogelijk in uw nadeel.

Heeft u vragen of wilt u weten wat voor effect de nieuwe KOR regeling heeft op uw onderneming kunt u contact opnemen met Van Ooijen Belastingadviseurs.