Compensatie voor te hoge Box 3 heffing – stand van zaken

Op Prinsjesdag 2022 heeft het kabinet duidelijk gemaakt dat geen rechtsherstel wordt geboden wanneer geen bezwaar is gemaakt tegen de definitieve aanslagen inkomstenbelasting voor de jaren 2017 tot en met 2020 waar het er begin dit jaar (nog vóór de energiecrisis) op leek dat er wél compensatie zou worden geboden.

Sinds Prinsjesdag is het nu de vraag of toch niet massaal ambtshalve verminderingsverzoeken moeten worden ingediend. Dit heeft ertoe geleid dat diverse fiscale koepelorganisaties met het Ministerie van Financiën in gesprek zijn gegaan om procesafspraken te maken.

Massaal bezwaar plus-regeling voor niet-bezwaarmakers

Op 4 november 2022 heeft de staatssecretaris van Financiën een Kamerbrief aan de Tweede Kamer gezonden. In de brief wordt de toezegging gedaan dat niet-bezwaarmakers voor de belastingjaren 2017 tot en met 2020 in het geheel geen verzoek tot ambtshalve vermindering hoeven in te dienen. Voor de ingediende verzoeken tot ambtshalve vermindering zal een zogenaamde ‘massaal bezwaar plus’ regeling worden opgezet welke wordt voorgelegd aan de Hoge Raad. Mocht de Hoge Raad dan toch oordelen ten gunste van de niet-bezwaarmaker, dan kan iedereen die meent hiervan te kunnen profiteren zich te zijner tijd melden.

De exacte rechtsvraag die gedekt zal worden door deze ‘massaal bezwaar plus’ is nog niet bekend. Op basis van de diverse gesprekken is de verwachting dat het zal gaan om de vraag of een niet-bezwaarmaker op dezelfde wijze als de bezwaarmakers recht heeft op het door de overheid geboden rechtsherstel (waarbij spaargeld zo goed als niet belast wordt).

Werkelijk rendement lager

Naast de vraag of een niet-bezwaarmaker recht heeft op rechtsherstel is het de vraag of een niet-bezwaarmaker recht heeft op rechtsherstel omdat het werkelijk behaald rendement in zijn of haar specifieke situatie lager is geweest dan het forfaitaire rendement op basis van het oude systeem of het overgangsrecht. De verwachting is dat deze vraag hoogstwaarschijnlijk niet onder het massaal bezwaar plus zal vallen. Dezelfde vraag geldt overigens ook voor bezwaarmakers die een lager rendement hebben behaald dan het fictieve rendement volgens het oude systeem en het geboden rechtsherstel (overgangsrecht).

Indien u vermoedt dat uw werkelijk behaald rendement in een van de belastingjaren tussen 2017 en 2020 lager is geweest dan het forfaitaire rendement op basis van de fiscale wetgeving dan wel het geboden rechtsherstel, kunt u overwegen om toch een verzoek ambtshalve vermindering in te dienen ondanks dat uw box 3 bezittingen voornamelijk bestaan uit "overige bezittingen". 

Voor wat betreft 2021 geldt dat mogelijk nog bezwaar kan worden gemaakt indien de bezwaartermijn nog niet is verstreken.

Nu 2022 een slecht beleggingsjaar lijkt te worden, verwachten wij dat 2022 een storm van bezwaarschriften gaat opleveren.

Daar willen we de volgende kanttekeningen bij maken.

  • U dient het lagere werkelijk behaald rendement uit sparen en beleggen te kunnen onderbouwen. Helaas is het niet duidelijk is wat onder ‘werkelijk behaald rendement’ moet worden verstaan. Het werkelijk behaald rendement bestaat in ieder geval uit directe opbrengsten zoals dividend en huurinkomsten, maar onduidelijk is of ook ongerealiseerde waardemutaties meegenomen dienen te worden van bijvoorbeeld vastgoed en in hoeverre bepaalde kosten aftrekbaar zijn.
  • Het in behandeling nemen van het verzoek om ambtshalve vermindering betekent dat uw hele aangifte inkomstenbelasting in de heroverweging wordt genomen. Dat kan betekenen dat de Belastingdienst aan uw verzoek voor wat betreft box 3 tegemoet komt maar op andere onderdelen in uw nadeel zou kunnen afwijken van de ingediende aangifte. Wel is het zo dat de belastingheffing naar aanleiding van een verzoek nooit hoger kan uitvallen dan in de oorspronkelijke situatie tenzij een "nieuw feit" wordt geconstateerd.
  • Het verzoek dient binnen 5 jaar na einde van het betreffende belastingjaar ingediend te zijn. Of wel het verzoek voor het belastingjaar 2017 dient voor 31 december 2022 te zijn ontvangen door de Belastingdienst.
  • Het maken van het verzoek om ambtshalve vermindering brengt advieskosten met zich mee waarbij u een groot aantal stukken over oude jaren dient aan te leveren.
  • Dit verzoek zal naar verwachting worden afgewezen door de Belastingdienst en zal niet “meelopen” in de massaal bezwaarprocedure. Dit betekent dat er individueel verder geprocedeerd zal moeten worden. Dit kan verdere proceskosten met zich meebrengen. Hierbij merken wij op dat wij verwachten dat een verzoek om ambtshalve vermindering en verdere procedure, als geen bezwaar is gemaakt, geen grote weinig kans van slagen heeft omdat de Hoge Raad daarover al uitspraak heeft gedaan. Maar helemaal uit te sluiten valt het niet.

 

Indien u specialistisch advies zoekt over uw specifieke box 3 situatie is VanOoijen Belastingadviseurs u graag van dienst. Onze fiscaal specialisten kunnen u adviseren of een ambtshalve verzoek over de jaren 2017 tot en met 2020 zin heeft indien uw werkelijk rendement lager is geweest of u wil weten of er mogelijkheden zijn om box 3 belasting te besparen. Gezien "overig vermogen" aanzienlijk hoger belast zal worden in de toekomst is tijdige actie vóór het jaareinde noodzakelijk in de gevallen waar besparing mogelijk is.

 Voor een fiscaaladvies gesprek kunt u hier contact opnemen.


«